De 111 kamers van mijn huis

27 februari 2009 - Leave a Response

In alle 111 kamers van mijn huis woont een man, één en dezelfde man. Hij doet er turnoefeningen, zet zijn pruik recht, doet het raam open en dan weer dicht. Het zijn 111 mannen zonder veel variatie en ze zijn hoogst ongewenst. Al te vaak tracht ik er een paar uit het huis te zetten, maar de lege kamers trekken er nieuwe aan nog voor de oude goed en wel verdwenen zijn.

Mijn huis zou enkele kamers minder moeten tellen. De mannen bezorgen me last, in al hun doofstomme bijna-synchroniteit.

Ik heb er eens eentje ingemetseld. Hij deed niets. Zijn nutteloze bezigheden gingen gewoon voort. Geen van de andere mannen maakte aanstalten de ingemetselde man te hulp te schieten.

Ik heb een droom van 110 mannen, 109, wie weet zelfs minder dan 100 mannen.

Ik ken huizen die slechts worden bewoond door slechts 1 man. Deze gedachte benauwt me, het lijkt me zelfs metafysisch onmogelijk. Een huis dat door iedereen behalve 1 man verlaten is, is geen huis. Het is één kamer. En in één kamer is niemand welkom.

Liefde daarentegen

26 januari 2009 - Leave a Response

Het was enkele dagen voor Kerst. In de sneeuw tekenden zich de kleine pootjes van het winterkoninkje af. Er was ook deze ochtend geen spoor van de Apocalyps, slechts van een middelharde ochtenderectie. Die was met de gedachte aan al die vrieskoude ook weer even snel voorbij. Des ochtends liep aldus Danny Okselvijver zijn dagelijkse rondje naar de bakker en de krantenwinkel.

Na het dagelijkse rondje stevende Danny weer dra op huis aan, waar zijn vader Norbert, zijn moeder Maria en zijn lesbische zus Callista op hem wachtten. Reeds waren zij gezeten voor hun ontbijtbord en hadden zij de niet al te hard gekookte tikkeneitjes van hun schelp ontdaan. Danny legde het brood op tafel, de zak werd geopend en het eerste eetfestijn van de dag kon van start gaan. Tegen zijn moeder zei Danny ‘een welgemeende goedemorgen’. Vader Norbert kreeg de krant, maar niet de sport, die voor Callista was. In stilte verorberden zij hun spreekwoordelijke gortepap.

Omdat Danny een pathologische schrik heeft niet aanvaard te worden door zijn vader Norbert, niet op intellectueel vlak, maar ook niet op menselijk, burgerrechtelijk en algemeen levenbeschouwelijk vlak, gooide hij hem een heikele kwestie voor de voeten. Hij hoopte dat de ontstane discussie hem in staat zou stellen zijn intellectuele capaciteiten tentoon te spreiden. ‘Pa’, begon Danny, en hij vervolgde al snel met de eigenlijke vraag, ‘hoe kunt ge weten of een vrouw kleine tepels, dan wel van die enorme sjoepappen heeft’?

Dit soort vragen was niet naar de zin van pa, die zich specialiseerde in de Gazastrook, Ongeschreven regels en De gewonnen tijdritten van Axel Merckx. Bovendien gaf hij niet graag iets van zichzelf prijs, laat staan zijn kennis over de tepelgrootte van de vrouw. Desgevolgend gaf hij Danny een enorme oplawaai met de boekenbijlage van De Ochtend, een vierentwintig bladzijden tellend epistel over het nieuwe boek van het Turkse wonderkind van de Vlaamse literatuur Oznür Kütbal. Danny lag algauw zijn tanden te tellen onder de keukentafel, zo zwaar was het hoogdravend gezwets van de recensent van dienst aangekomen.

Danny ging een luchtje scheppen. Toen hij de living terug binnenkwam, zag hij zijn moeder stofzuigen. Callista speelde een racegame. Vader zat de teletekst van een Servische zender uit te vlooien. Geheel uit het niets smeet Danny de plon af, wachtte tot de verbouwereerde gezichten zich zijn kant opdraaiden en sprak hierop plechtig de woorden: elektriciteit is niet alles.  Liefde daarentegen.

Zo kwam het dat er zich ten huize Okselvijver om tien uur vijventwintig des zaterdagochtends een krakende stilte manifesteerde. Dat het negeren, ingetogen schamen en koudweg wegkijken een aanvang nam, zoals het elk weekend een aanvang nam. Om zondagavond weer te verdwijnen, wanneer een routineus uitgesproken ‘ge gaat een drukke week hebben op het werk zeker?’ door zijn moeder werd vergezeld van een zachte kus op Danny’s kaak en het geluid van haar wegsloffende persoontje richting slaapkamer.

Zevenenzeventig oranje ballonnen

3 januari 2009 - One Response

Ik heb zevenenzeventig oranje ballonnen opgelaten, om het leven te vieren. Ik heb tulpenbollen geplant tot op de stoep toe. Ik draag sinds kort lenzen, fitness in de club van Freddy de Kerpel en geef avondles Aziatisch koken.

Ik heb een gedichtencyclus af over de laatste aap op aarde, die wellicht wordt uitgebracht door uitgeverij Kaklamanos. Er waait een warme wind door mijn huis en het ruikt hier naar colada.

Ik heb de blackberry van Yves Leterme kunnen kopen op eBay.

Trouwgelofte

3 januari 2009 - Leave a Response

I will love you forever

But if I don’t

And if I do

The difference exists in a fiction

(Will Oldham)

Kunst en schoonheid zijn zinloos

3 januari 2009 - Leave a Response

Zoals men automutileert door met een scheermesje in de arm te kerven, zo doet het herlezen van de tekst van Jacques Brels ‘Laat me niet alleen’ me elke keer onnoemelijk veel, zij het heel erg louterend, pijn. Dit is gefraseerd Nederlands, getrokken uit briljant getrokken Franse pennestreken, van puur goud.

Brel moet stenen kloten gehad hebben, zo’n dictie bij deze tekst. Als een god uit de Oudheid. Zou moeiteloos elke battle winnen met moderne woordenaars uit het Wilde Westen.

Meedogenloos teder. Onmenselijk menselijk. Hoe kan de dood nu vat op hem gehad hebben? Alle kunst en schoonheid zijn zinloos.

Livers block (1983-2009)

3 januari 2009 - Leave a Response

Grace von Umwelten gold als een van de belangrijkste literaire talenten in Berlijn in de jaren ‘90. Ze maakt faam op de secundaire school met haar stilistisch zeer geavanceerd proza en belandde in een van de vele schrijversgroepen aan de universiteit. Ze onderhield veelvuldige contacten met Amerikaanse schrijvers als Douglas Coupland en Dave Eggers, die van haar hand een uitgebreide verhalenreeks plande in zijn blad McSweeney’s. Met postmodern genie Mark Z. Danielewski (Het kaartenhuis, Het vijftig jaars zwaard e.a.) onderhield ze een ‘onpersoonlijke correspondentie’, die zal gebruikt worden in Danielewski’s nieuwe boek ‘Niets dan omwentelingen’.

Naast haar literaire talent kon von Umwelten buigen op een enorme levendsdrang en een licht onderkoeld, zij het zeer aantrekkelijk voorkomen (ze figureerde meermaals in shows van Ditta von Teese). Het was dan ook voor velen een heel grote verrassing toen zij zich op 31 december van het leven beniem in haar flat in Wilmersdorf bij Berlijn.

Hieronder een fragment uit een nagelaten bericht, geschreven op enkele post-its:

[... De dood haalde mij in. Ik kon schrijven wat ik wilde, de dood kon ik er niet mee verslaan. Ik ben 25, men ziet mij als een talent, maar elke keer ik iets afmaak vraag ik mij af: is het dat nu? Zal dit van mijn leven overblijven? Ik besef dat het zinloos is. En hoe mooier ik schrijf, hoe pijnlijker het gevoel van nutteloosheid. Het leven is een lege doos, die iedereen om je heen probeert te vullen met mistgordijnen van onwaarheid. Ik zou willen dat ik geen enkele zin geschreven had, dan was ik rustig gestorven. Ik ga nu. Na mij komt iemand die met woorden het Eeuwige Leven zal schapen. Ik wens die persoon veel geluk toe.].

Grace von Umwelten zal volgens haar eigen wilsbeschikking begraven worden in het Braziliaanse regenwoud, in aanwezigheid van niets dan ongeletterden.

Renskes foto

10 november 2008 - Leave a Response

Het is frappant hoe hete vrouwen blinken als verse vis, niet ingevet met porno-olieën van laag allooi, maar flinterdun vernist door het vievige Venusje van de liefde dat werkt met dauw en zachte film.

Ik ken een plompe Hollandaise die zich voortbeweegt als een potvis, een geur van overtijdse maatjes doet bevroeden, maar oliezachte huidplooitjes heeft als een gebalsemde Ciccone. Er is ook Renske uit Drenthe (de leu-heukste stad van Nederland), met een bekken dat door de brievenbus past en borsten als hele kleine, halve limoentjes. Ze speelt in onze squashclub en wanneer ze zweet, richten alle ogen zich op haar. Ze is het soort vrouw dat er mooier door wordt, echt mooi, alsof haar droge huid de matte foto is van haar glanzende zelf.

En dan die geuren.

Dromen van een hulk

10 november 2008 - Leave a Response

Ik ben een klein schrijversmannetje in een hoekje, dat met een klein pennetje kleine waarheden neerpent, grote woorden schuwt en het midden houdt tussen voorzichtig proberen en omzwachteld choqueren. Psychologisch ben ik een schaduw die zachtjes fluistert.

Lichamelijk ben ik een HULK. Ik ben groen, groot en heb enorme striemende aders op de gespierde kabels die rond mijn enorme karkas gesponnen zitten. Ik ben een imposante brug over een kilometers brede rivier, begaan door duizenden mensen, bereden door triljoenen gasbellen producerende wagens. Ik ben sterk en built-to-resist. Ik stort niet in, nu niet, later niet, nooit, nimmer en ook niet de dag daarna. Ik ben voor eeuwig een mens in het graniet van het leven.

De pen die ik vasthoud versplinterde reeds meermaals. Ik knijp er bruut twijfelende woorden uit. Tussen reeksen van crunches en kryptonshakes door spui ik trillende Zeitgeist-metaforen.

Als jij de kamer binnenkomt, prinses Eindeloosheid, lichten de gedimde spotjes op, ontwaak ik uit m’n droom en gaat de wereld weer door met draaien.

Billenkletsen in de gaskamer

29 oktober 2008 - One Response

Op het uitstekende moppensite.be herlas ik naar aanleiding van de commotie rond Adolf z’n vis volgende klassieke witz:

Q: Waarom deden de Joden niet mee aan WOII?

A: Omdat ze op kamp waren

Volstrekt smakeloos, maar heel veel mensen kunnen er mee lachen. Daarom blijft ze ook bestaan in ons culturele erfgoed. Hoe komt dit? Omdat dit een vorm van catharsis is.

Hoezo het is geen kerntaak van de VRT om de grootste recenste massamoordenaar/demagoog/marketinggoeroe in al zijn facetten te belichten? En als, zoals welingelichte bronnen beweren, Meus’ uitzending pas na zware politieke druk werd verboden, vanuit welke hoek moet die dan wel gekomen zijn? Zeg nu niet dat de linkse fatsoenrakkers er momenteel makkelijker hun censuuraanvragen doorkrijgen dan hun rechtse collega’s.

ANTWORTEN, SCHNELL!

Hitlers forel

28 oktober 2008 - Leave a Response

Eindelijk een polemiek van enige betekenis. Jeroen Meus, niet meteen mijn favoriet tv-chef, maakt al een paar afleveringen lang het uitstekende Plat préféré, waarin hij het lievelingsgerecht van markante, overleden figuren klaarmaakt in een iets of wat authentieke setting. Er was Dahl, er was Mercury, er was Dali. Nu is het de forel van Hitler, die behoorlijk aanbrandt nog voor hij op het scherm heeft gesudderd.

Het verloop van de zaken: Joden en oudstrijders schieten uit hun kram bij het zien van de trailer > politiek correcte lieden blazen een trompetje mee (Vermeersch en Vander Taelen, nog aan toe, nochtans geen onnozelaars) > VRT zit met een ei in z’n broek en annuleert de uitzending. Zeer ontgoochelend.

Waarom is het afvoeren van dit programma volledig onterecht:

- oordeel werd geveld zonder programma te bekijken

- de gesel van de politieke correctheid heeft gespeeld

- VRT brengt meer dan voldoende keiharde, wetenschappelijke non-fictie of Hitler en z’n fascisme

- de vermenselijking van een massamoordenaar wordt onterecht als een misdaad gezien

- hoe gaan we nu ooit weten hoe Meus die oersimpele forel spannend zou klaargemaakt hebben?

-er wordt onterecht van uitgegaan dat Meus de gerechten zou klaarmaken van door hem bewonderde figuren. Neen, hij maakt het favoriete gerecht van een markante figuur.

Er moet over Hitler kunnen gesproken worden zoals er met gehandicapten moet kunnen gelachen worden. Ik eis, als belastingbetaler, dat dit programma wordt uitgezonden.

Heil Meus, en dat we ze nog lang meugen meugen.

Lees hier het compleet van de kookpot gerukte opiniestuk van mijn main man Luckas Vander Taelen