Maladies/mal at ease

7 oktober 2009 - Leave a Response

In de jaren ‘90 was hij een gevierd acteur. Hij was dé man van de spaghettiwestern. Mal rasé, bien habillé. 19 Jaar later zit hij totaal afgeleefd op zijn pergola. Blaaskanker, uitzaaiingen in de longen.Hij heeft geen dokter meer, enkel een verpleegster.

Haar naam is Lux. Als het Licht.

De zon zakt langzaam en reflecteert niet langer in haar reëe-oogjes, wanneer de schemering de bovenhand neemt. Hij leert haar het lied van de gele onderzeeër, het antwoord in de wind, het hart van goud. In feite neemt hij haar mee in één grote Song.

Nadat hij tegen een boom gepist heeft, draagt hij haar zijn gedicht voor. Maladies/mal at ease. Met ongewassen handen.

Taaltip

6 oktober 2009 - Leave a Response

De taal is slimmer dan de mens en legt verbanden voor zichzelf. De (ver)taaltip van deze maand luidt dan ook heel simpel:

Haantjesgedrag > Little cock behaviour.

De taal anticipeert dus reeds op het syntaxvermogen van de mens om het fenomeen van zich heel luidruchtig manifesterende, maar overduidelijk erg klein geschapen mannen te benoemen.

Een goed bestede dag

13 augustus 2009 - Leave a Response

Zoals zovele mannen die tegen de dertig aan hikken, sleepte Alain Preuteleut zich ’s ochtends met een gemaakte glimlach door de inkomhal van zijn bedrijfsgebouw. Hij knikte met glazige ogen in de richting van de receptioniste, alvorens zich de trap op te schieten. Onderweg naar boven controleerde hij zijn ritssluiting en slaakte een laatste zucht.

Piepkeboe!, dacht hij. Als ik nu eens bij de CEO langsga deze ochtend en die groet met een luid en gevleugeld Piepkeboe!

Zijn premature plan ten spijt, penetreerde hij met gezwinde pas de deur van zijn eigen kantoor. “GOEDEMORGEUH!”, wist Alain semi-geloofwaardig te balken. “GOEDEMÓRGEUH” galmde het uit een aantal roestige keelgaten terug. Daarna kwam de koffie en dat was maar goed ook.

Hij stuurde Marianne, die het een eer vond elke ochtend voor haar collega’s de warme drankjes te gaan halen, tot drie keer toe terug omdat ze zogezegd een verkeerde bestelling voor hem meehad. Wat hem vooral interesseerde, was de gemeendheid waarmee ze elke keer de schuld voor het misverstand op zich nam. Niet dat hij haar hoog achtte, maar dát vond hij alvast top aan haar.

Seconden raasden voorbij, een handvol minuten ging er als een Formule 1-wagen vandoor. Alain was in zijn nopjes. De relativiteit van tijd openbaarde zich in volle glorie aan hem.

Om 11.00h besloot Alain het kopieerapparaat op de gang te saboteren. In bureau 11 vroeg hij of iemand wist wat er met het toestel aan de hand was. Zoals hij dacht veerde Marieke Van Lulle, het pas aangeworven schoolverlaatstertje, meteen recht. Dat ze eens samen schuif 2 en 3 konden opendoen om het papier te checken. Hell yeah, dacht Alain.

Alain nam uitgebreid de tijd de geur van haar parfum in zich op te nemen, en vooral daarin de geur van haarzelf te onderscheiden van het goedkope bucht dat ze zichzelf op een uit de hand gelopen koopwoensdag in Ici Paris cadeau had gedaan. Onder haar rok was duidelijk zichtbaar de suggestie van een string. Haar borsten werden mooi naar voor gestuwd door een wellicht vrij harde voorgevormde cup.

Hij overwoog om haar geboortedatum te vragen en haar voor haar verjaardag te verrassen met een nieuwe beha, waarvan de kanten randjes speels boven de uitsnijding van haar V-topje zouden gluren.

Alain en Marieke wisten het probleem op vrij korte tijd op te lossen. Daarna belde hij zijn vrouw voor de avondcomisses. Alain kweet zich verder naar best vermogen van zijn taak, telde uren en minuten en ging dan op huis aan. Daar wachtte hem de organisatie van het nieuwe festival Rock for Camodjan Prostitutes. Hij belde potentiële sponsors af, ving daarbij elke keer bot en besloot de bedstee op te zoeken. Daarna droomde hij van de volgende ochtend en de hulpvaardige instelling van het meisje uit bureau 11.

TO DO list: Hunkemöller.

Zo ging het elke dag voor Alain en zo was het goed.

De 111 kamers van mijn huis

27 februari 2009 - 3 Responses

In alle 111 kamers van mijn huis woont een man, één en dezelfde man. Hij doet er turnoefeningen, zet zijn pruik recht, doet het raam open en dan weer dicht. Het zijn 111 mannen zonder veel variatie en ze zijn hoogst ongewenst. Al te vaak tracht ik er een paar uit het huis te zetten, maar de lege kamers trekken er nieuwe aan nog voor de oude goed en wel verdwenen zijn.

Mijn huis zou enkele kamers minder moeten tellen. De mannen bezorgen me last, in al hun doofstomme bijna-synchroniteit.

Ik heb er eens eentje ingemetseld. Hij deed niets. Zijn nutteloze bezigheden gingen gewoon voort. Geen van de andere mannen maakte aanstalten de ingemetselde man te hulp te schieten.

Ik heb een droom van 110 mannen, 109, wie weet zelfs minder dan 100 mannen.

Ik ken huizen die slechts worden bewoond door slechts 1 man. Deze gedachte benauwt me, het lijkt me zelfs metafysisch onmogelijk. Een huis dat door iedereen behalve 1 man verlaten is, is geen huis. Het is één kamer. En in één kamer is niemand welkom.

Liefde daarentegen

26 januari 2009 - Leave a Response

Het was enkele dagen voor Kerst. In de sneeuw tekenden zich de kleine pootjes van het winterkoninkje af. Er was ook deze ochtend geen spoor van de Apocalyps, slechts van een middelharde ochtenderectie. Die was met de gedachte aan al die vrieskoude ook weer even snel voorbij. Des ochtends liep aldus Danny Okselvijver zijn dagelijkse rondje naar de bakker en de krantenwinkel.

Na het dagelijkse rondje stevende Danny weer dra op huis aan, waar zijn vader Norbert, zijn moeder Maria en zijn lesbische zus Callista op hem wachtten. Reeds waren zij gezeten voor hun ontbijtbord en hadden zij de niet al te hard gekookte tikkeneitjes van hun schelp ontdaan. Danny legde het brood op tafel, de zak werd geopend en het eerste eetfestijn van de dag kon van start gaan. Tegen zijn moeder zei Danny ‘een welgemeende goedemorgen’. Vader Norbert kreeg de krant, maar niet de sport, die voor Callista was. In stilte verorberden zij hun spreekwoordelijke gortepap.

Omdat Danny een pathologische schrik heeft niet aanvaard te worden door zijn vader Norbert, niet op intellectueel vlak, maar ook niet op menselijk, burgerrechtelijk en algemeen levenbeschouwelijk vlak, gooide hij hem een heikele kwestie voor de voeten. Hij hoopte dat de ontstane discussie hem in staat zou stellen zijn intellectuele capaciteiten tentoon te spreiden. ‘Pa’, begon Danny, en hij vervolgde al snel met de eigenlijke vraag, ‘hoe kunt ge weten of een vrouw kleine tepels, dan wel van die enorme sjoepappen heeft’?

Dit soort vragen was niet naar de zin van pa, die zich specialiseerde in de Gazastrook, Ongeschreven regels en De gewonnen tijdritten van Axel Merckx. Bovendien gaf hij niet graag iets van zichzelf prijs, laat staan zijn kennis over de tepelgrootte van de vrouw. Desgevolgend gaf hij Danny een enorme oplawaai met de boekenbijlage van De Ochtend, een vierentwintig bladzijden tellend epistel over het nieuwe boek van het Turkse wonderkind van de Vlaamse literatuur Oznür Kütbal. Danny lag algauw zijn tanden te tellen onder de keukentafel, zo zwaar was het hoogdravend gezwets van de recensent van dienst aangekomen.

Danny ging een luchtje scheppen. Toen hij de living terug binnenkwam, zag hij zijn moeder stofzuigen. Callista speelde een racegame. Vader zat de teletekst van een Servische zender uit te vlooien. Geheel uit het niets smeet Danny de plon af, wachtte tot de verbouwereerde gezichten zich zijn kant opdraaiden en sprak hierop plechtig de woorden: elektriciteit is niet alles.  Liefde daarentegen.

Zo kwam het dat er zich ten huize Okselvijver om tien uur vijventwintig des zaterdagochtends een krakende stilte manifesteerde. Dat het negeren, ingetogen schamen en koudweg wegkijken een aanvang nam, zoals het elk weekend een aanvang nam. Om zondagavond weer te verdwijnen, wanneer een routineus uitgesproken ‘ge gaat een drukke week hebben op het werk zeker?’ door zijn moeder werd vergezeld van een zachte kus op Danny’s kaak en het geluid van haar wegsloffende persoontje richting slaapkamer.

Zevenenzeventig oranje ballonnen

3 januari 2009 - One Response

Ik heb zevenenzeventig oranje ballonnen opgelaten, om het leven te vieren. Ik heb tulpenbollen geplant tot op de stoep toe. Ik draag sinds kort lenzen, fitness in de club van Freddy de Kerpel en geef avondles Aziatisch koken.

Ik heb een gedichtencyclus af over de laatste aap op aarde, die wellicht wordt uitgebracht door uitgeverij Kaklamanos. Er waait een warme wind door mijn huis en het ruikt hier naar colada.

Ik heb de blackberry van Yves Leterme kunnen kopen op eBay.

Trouwgelofte

3 januari 2009 - Leave a Response

I will love you forever

But if I don’t

And if I do

The difference exists in a fiction

(Will Oldham)

Kunst en schoonheid zijn zinloos

3 januari 2009 - Leave a Response

Zoals men automutileert door met een scheermesje in de arm te kerven, zo doet het herlezen van de tekst van Jacques Brels ‘Laat me niet alleen’ me elke keer onnoemelijk veel, zij het heel erg louterend, pijn. Dit is gefraseerd Nederlands, getrokken uit briljant getrokken Franse pennestreken, van puur goud.

Brel moet stenen kloten gehad hebben, zo’n dictie bij deze tekst. Als een god uit de Oudheid. Zou moeiteloos elke battle winnen met moderne woordenaars uit het Wilde Westen.

Meedogenloos teder. Onmenselijk menselijk. Hoe kan de dood nu vat op hem gehad hebben? Alle kunst en schoonheid zijn zinloos.

Livers block (1983-2009)

3 januari 2009 - Leave a Response

Grace von Umwelten gold als een van de belangrijkste literaire talenten in Berlijn in de jaren ‘90. Ze maakt faam op de secundaire school met haar stilistisch zeer geavanceerd proza en belandde in een van de vele schrijversgroepen aan de universiteit. Ze onderhield veelvuldige contacten met Amerikaanse schrijvers als Douglas Coupland en Dave Eggers, die van haar hand een uitgebreide verhalenreeks plande in zijn blad McSweeney’s. Met postmodern genie Mark Z. Danielewski (Het kaartenhuis, Het vijftig jaars zwaard e.a.) onderhield ze een ‘onpersoonlijke correspondentie’, die zal gebruikt worden in Danielewski’s nieuwe boek ‘Niets dan omwentelingen’.

Naast haar literaire talent kon von Umwelten buigen op een enorme levendsdrang en een licht onderkoeld, zij het zeer aantrekkelijk voorkomen (ze figureerde meermaals in shows van Ditta von Teese). Het was dan ook voor velen een heel grote verrassing toen zij zich op 31 december van het leven beniem in haar flat in Wilmersdorf bij Berlijn.

Hieronder een fragment uit een nagelaten bericht, geschreven op enkele post-its:

[... De dood haalde mij in. Ik kon schrijven wat ik wilde, de dood kon ik er niet mee verslaan. Ik ben 25, men ziet mij als een talent, maar elke keer ik iets afmaak vraag ik mij af: is het dat nu? Zal dit van mijn leven overblijven? Ik besef dat het zinloos is. En hoe mooier ik schrijf, hoe pijnlijker het gevoel van nutteloosheid. Het leven is een lege doos, die iedereen om je heen probeert te vullen met mistgordijnen van onwaarheid. Ik zou willen dat ik geen enkele zin geschreven had, dan was ik rustig gestorven. Ik ga nu. Na mij komt iemand die met woorden het Eeuwige Leven zal schapen. Ik wens die persoon veel geluk toe.].

Grace von Umwelten zal volgens haar eigen wilsbeschikking begraven worden in het Braziliaanse regenwoud, in aanwezigheid van niets dan ongeletterden.

Renskes foto

10 november 2008 - Leave a Response

Het is frappant hoe hete vrouwen blinken als verse vis, niet ingevet met porno-olieën van laag allooi, maar flinterdun vernist door het vievige Venusje van de liefde dat werkt met dauw en zachte film.

Ik ken een plompe Hollandaise die zich voortbeweegt als een potvis, een geur van overtijdse maatjes doet bevroeden, maar oliezachte huidplooitjes heeft als een gebalsemde Ciccone. Er is ook Renske uit Drenthe (de leu-heukste stad van Nederland), met een bekken dat door de brievenbus past en borsten als hele kleine, halve limoentjes. Ze speelt in onze squashclub en wanneer ze zweet, richten alle ogen zich op haar. Ze is het soort vrouw dat er mooier door wordt, echt mooi, alsof haar droge huid de matte foto is van haar glanzende zelf.

En dan die geuren.