Het was enkele dagen voor Kerst. In de sneeuw tekenden zich de kleine pootjes van het winterkoninkje af. Er was ook deze ochtend geen spoor van de Apocalyps, slechts van een middelharde ochtenderectie. Die was met de gedachte aan al die vrieskoude ook weer even snel voorbij. Des ochtends liep aldus Danny Okselvijver zijn dagelijkse rondje naar de bakker en de krantenwinkel.
Na het dagelijkse rondje stevende Danny weer dra op huis aan, waar zijn vader Norbert, zijn moeder Maria en zijn lesbische zus Callista op hem wachtten. Reeds waren zij gezeten voor hun ontbijtbord en hadden zij de niet al te hard gekookte tikkeneitjes van hun schelp ontdaan. Danny legde het brood op tafel, de zak werd geopend en het eerste eetfestijn van de dag kon van start gaan. Tegen zijn moeder zei Danny ‘een welgemeende goedemorgen’. Vader Norbert kreeg de krant, maar niet de sport, die voor Callista was. In stilte verorberden zij hun spreekwoordelijke gortepap.
Omdat Danny een pathologische schrik heeft niet aanvaard te worden door zijn vader Norbert, niet op intellectueel vlak, maar ook niet op menselijk, burgerrechtelijk en algemeen levenbeschouwelijk vlak, gooide hij hem een heikele kwestie voor de voeten. Hij hoopte dat de ontstane discussie hem in staat zou stellen zijn intellectuele capaciteiten tentoon te spreiden. ‘Pa’, begon Danny, en hij vervolgde al snel met de eigenlijke vraag, ‘hoe kunt ge weten of een vrouw kleine tepels, dan wel van die enorme sjoepappen heeft’?
Dit soort vragen was niet naar de zin van pa, die zich specialiseerde in de Gazastrook, Ongeschreven regels en De gewonnen tijdritten van Axel Merckx. Bovendien gaf hij niet graag iets van zichzelf prijs, laat staan zijn kennis over de tepelgrootte van de vrouw. Desgevolgend gaf hij Danny een enorme oplawaai met de boekenbijlage van De Ochtend, een vierentwintig bladzijden tellend epistel over het nieuwe boek van het Turkse wonderkind van de Vlaamse literatuur Oznür Kütbal. Danny lag algauw zijn tanden te tellen onder de keukentafel, zo zwaar was het hoogdravend gezwets van de recensent van dienst aangekomen.
Danny ging een luchtje scheppen. Toen hij de living terug binnenkwam, zag hij zijn moeder stofzuigen. Callista speelde een racegame. Vader zat de teletekst van een Servische zender uit te vlooien. Geheel uit het niets smeet Danny de plon af, wachtte tot de verbouwereerde gezichten zich zijn kant opdraaiden en sprak hierop plechtig de woorden: elektriciteit is niet alles. Liefde daarentegen.
Zo kwam het dat er zich ten huize Okselvijver om tien uur vijventwintig des zaterdagochtends een krakende stilte manifesteerde. Dat het negeren, ingetogen schamen en koudweg wegkijken een aanvang nam, zoals het elk weekend een aanvang nam. Om zondagavond weer te verdwijnen, wanneer een routineus uitgesproken ‘ge gaat een drukke week hebben op het werk zeker?’ door zijn moeder werd vergezeld van een zachte kus op Danny’s kaak en het geluid van haar wegsloffende persoontje richting slaapkamer.