De 111 kamers van mijn huis

In alle 111 kamers van mijn huis woont een man, één en dezelfde man. Hij doet er turnoefeningen, zet zijn pruik recht, doet het raam open en dan weer dicht. Het zijn 111 mannen zonder veel variatie en ze zijn hoogst ongewenst. Al te vaak tracht ik er een paar uit het huis te zetten, maar de lege kamers trekken er nieuwe aan nog voor de oude goed en wel verdwenen zijn.

Mijn huis zou enkele kamers minder moeten tellen. De mannen bezorgen me last, in al hun doofstomme bijna-synchroniteit.

Ik heb er eens eentje ingemetseld. Hij deed niets. Zijn nutteloze bezigheden gingen gewoon voort. Geen van de andere mannen maakte aanstalten de ingemetselde man te hulp te schieten.

Ik heb een droom van 110 mannen, 109, wie weet zelfs minder dan 100 mannen.

Ik ken huizen die slechts worden bewoond door slechts 1 man. Deze gedachte benauwt me, het lijkt me zelfs metafysisch onmogelijk. Een huis dat door iedereen behalve 1 man verlaten is, is geen huis. Het is één kamer. En in één kamer is niemand welkom.

3 Responses

  1. Ik zit hier bij Claude je blog te lezen!
    Ik had dezelfde droom, maar dan met vrouwen! :p

  2. Volstrekt onmogelijk! Vrouwen lenen zich niet tot nutteloosheid.

  3. Die stelling klopt enigzins, maar dan enkel als je de optie ‘bermneuken on a sunny afternoon’ openhoudt.

Leave a Reply